Zou je van verveling een avontuur kunnen maken?

Ik kijk er al jaren elke januarimaand naar uit; de jaarlijkse reisbrief van Marbé. Als wij elkaar zien gaat het altijd over ons plezier in observeren, stellen we elkaar een hoop vragen (beautifool questions) en komen zo regelmatig tot verse gedachten (opposite thinking). Waarmee wij zowel zelf, als in ons beider vak, weer verder kunnen. Altijd gaat het over ‘wat aan de hand is, wat essentieel is, wat we nodig hebben’. Dit jaar misschien wat avontuurlijke verveling…?

Dag Mieke,

Op weg van het vliegveld naar het hotelletje waar we regelmatig logeren als we in Senegal op bezoek zijn, komt er een enorm noodweer aan. Inktzwarte lucht, harde wind, weerlichten…De weg verandert in een modderstroom, de wielen van de auto hebben af en toe geen houvast…….Als we vier uur later veilig op onze plaats van bestemming zijn, zijn we nog behoorlijk onder de indruk van deze tocht. De chauffeur die ons met gevaar voor eigen leven heelhuids door de forse onweersbuien heeft geloodst, kijkt ons aan en zegt: ‘for you it’s adventure, for me it’s just life!’

Terug in Nederland valt me afgelopen zomer het grote aantal 60 plussers op die met caravan, vliegtuig onderweg zijn naar…ja, naar wat eigenlijk? Wat zoeken we massaal elders? Wat trekt aan in het niet thuis zijn? Wat moet gevonden worden?

Vakantiebeurzen, spectaculaire avonturen, extreme dingen zien, of vooral de ‘highlights aftikken’ die door reisgidsen en internet als absolute must worden gepropageerd?

Wat is elders fijner dan thuis? Wat voor kick hebben we nodig om ervan overtuigd te raken dat we een fantastisch leven leiden en er toe doen? Waar zijn we naar op zoek?

Het lijkt of alles altijd nieuw, sneller, meer, anders zou moeten gaan. En dan het liefst zonder herhaling, vooral niet tobben, zeker geen verdriet, altijd lachen en blij. En vooral zorgen dat er altijd wat te doen is, dat er geen stilte valt, zodat we ons niet hoeven te vervelen.

Nietsdoen hoort niet, mensen voelen zich daar ongemakkelijk bij, en oh…mogelijk voelen we ons dan niet tevreden, er ontstaat een ‘leeg’ gevoel….. Dus kijken we van het ene scherm naar het andere. Heerlijk om online te zijn, veel ‘vrienden’ te hebben, het leidt af…we doen mee, horen erbij.

Terwijl nietsdoen wel degelijk tot iets kan leiden. De meeste goede ideeën ontstaan als je niets doet, op de dunne scheidslijn van alert zijn en ontspannen .

Zo merkbaar als ik een middag niets om handen heb, de tijd voor mezelf…me kunnen vervelen, beetje mijmeren, gedachten laten gaan. En dan spontaan nieuwe inzichten krijg over iets waar ik daarvoor eindeloos rondjes in aan het lopen was. Een tijdje nietsdoen en je vervelen lijken een belangrijke functie te hebben. Zou het kunnen dat we meer ruimte aan onze verbeelding geven als we een tandje terugschakelen en regelmatig nietsdoen?

Ook in organisaties bestaat de sterke behoefte om met steeds nieuwe ‘avonturen’ het doel te willen bereiken. Het liefst snel en zonder veel moeite. Enige tijd terug werd ik gevraagd voor een teamcoaching waarbij, voordat ik goed en wel plaatsgenomen had, de opmerking gemaakt werd: ‘we willen in ons team wel een verfrissende nieuwe aanpak, we hebben al vaker van dit soort sessies gehad en ik hoop niet dat je met werkvormen aankomt die we al kennen, want daarmee ga je de groep echt niet boeien.’

Terwijl goed verankerde veranderingen in organisaties juist tot stand komen als we durven te werken met ‘wat er is’. Veranderingen zijn er niet meteen met de ‘nieuwe’ methode waar de managementboeken bol van staan, en als je dat maar opvolgt het succes binnen een week zichtbaar is.

De praktijk van organisaties is weerbarstig. En verandering in een organisatie ontstaat vooral door aandacht en luisteren, door om je heen te kijken wat er nodig is, het er met alle betrokkenen over hebben waar je naar toe wilt. Kijk naar wat er nu al werkt, ga echt luisteren naar medewerkers, met hen samen nadenken over wat de gewenste richting is, hoe zij willen dat het in de organisatie zou gaan. En ga dan met ‘alles wat er is’ gezamenlijk de oplossingen kiezen waar iedereen mee verder kan. Dat geeft veranderingen die werken en het geeft werkplezier waarmee een organisatie nog beter tot zijn recht komt.

Om te werken met ‘wat er is’, klinkt eenvoudig. Om het te doen is minder simpel, het vergt kwetsbaarheid en moed van iedereen, en het vraagt om een lange adem. Een onderdeel van de lange adem betekent ook dat je de belangrijke zaken vaak moet herhalen en er een gezamenlijke betekenis aan geeft, want dan pas kan het een vast nieuw onderdeel van de organisatie worden. Op die manier werken heeft wel als schaduw het op de loer liggende gevaar van verveling.

En dat is blijkbaar niet hoe we willen overkomen. Of zou je van verveling een avontuur kunnen maken?

Ik wens je voor 2016 voldoende tijd voor verveling.

Marbé Klijn

Meer informatie over mijn gastschrijver kun je vinden op: www.thinkopposite.nl/#marbeklijn. Dank je wel mooie collega!

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *